Auteursrecht in de architectuurovereenkomst

13Mei11

Sinds 12 mei jl. is Antwerpen een landmark rijker: het Museum aan de Stroom (MAS) is geopend. Het MAS is naast een museum ook een indrukwekkend gebouw met een unieke architectuur. Reden genoeg voor de architect om met de bouwheer te bedingen dat hij zijn zeggenschap krijgt over hoe het gebouw in beeld mag worden gebracht“. Dit is een ideale aanleiding om enige aandachtspunten inzake auteursrechtbedingen in de architectuurovereenkomst in herinnering te brengen.

Architect vs. Architectenvennootschap

Overeenkomsten inzake (de overdracht van) auteursrechten zijn in beginsel onderworpen aan het gemeen recht. Dit impliceert onder meer dat zo geen overdracht is bedongen – wat de draagwijdte daarvan ook zou zijn – de architect in beginsel titularis blijft van de auteursrechten op het ontwerp van een gebouw.

De Auteurswet voorziet enkele strenge bepalingen inzake het bewijs en de interpretatie van auteursrechtclausules. Het merendeel van de rechtspraak en rechtsleer is van oordeel dat deze strengere bepalingen enkel gelden voor de auteur “in persoon” en niet voor de auteur die zich in een vennootschap heeft georganiseerd, zelfs als dit een eenmansvennootschap is.

Hieronder worden de twee belangrijkste verschillen t.a.v. het gemeen recht besproken.

Restrictieve Interpretatie

De Auteurswet bepaalt dat de contractuele bedingen met betrekking tot de overdracht van auteursrecht restrictief moeten worden geïnterpreteerd.

In rechtspraak wordt over het algemeen wel aanvaard dat de auteur die een opdracht uitvoert – zoals een architect – een impliciete licentie geeft op het gebruik van zijn werk, zo bijvoorbeeld op de plannen van het gebouw. Deze licentie is in beginsel en behoudens andersluidend beding uiterst beperkt. Zo zal de licentie op een architecturaal plan in beginsel beperkt zijn tot het eenmalig optrekken van de constructies van dit plan op de daarvoor voorziene locatie en het normaal gebruik ervan. Foto’s van dit gebouw of het elders optrekken van dit gebouw zijn daarin niet begrepen.

Als er geen ruimere overdracht van auteursrechten is bedongen, kunnen er zich bijgevolg praktische problemen voordoen voor de bouwheer. De Auteurswet bepaalt immers dat niet enkel voor de reproductie van een werk, maar ook voor de adaptatie (bv. verbouwingen) de toestemming van de auteur vereist is. De eigenaar kan zonder zulke overdracht slechts beperkt wijzigingen aan dit gebouw aanbrengen zonder toestemming van de architect. De architect kan zonder meer zeggenschap vragen over “hoe het gebouw in beeld mag worden gebracht“. Meer nog: hij kan zijn toestemming tot het in beeld brengen weigeren.

De regel van de restrictieve interpretatie van auteursrechelijke bedingen brengt daarnaast met zich mee dat het aangewezen is om de omvang van de overdracht uiterst consciëntieus te omschrijven. Zo een bepaald gebruik niet is vermeld, zal in beginsel worden geoordeeld dat de desbetreffende auteursrechten niet zijn overgedragen. De volgende parameters kunnen nuttig zijn bij de redactie van zulk een clausule:

  • exploitatievormen (foto’s, aanpassingen, publicaties, reclame, internettoepassingen, heden niet gekende exploitatievormen,…);
  • duur (1 jaar, levenslang,…);
  • locatie (België, wereldwijd,…);
  • dragers (CD, DVD, papieren afdruk, JPEG, technisch noodzakelijke kopieën,…);
  • vergoeding (ook al wordt die begroot op 0,00 EUR);
  • reikwijdte (Geldt de overdracht exclusief? Behoudt de auteur het recht om het werk zelf te exploiteren/reproduceren? Wordt een procesvolmacht overgedragen om in rechte te treden tegen inbreukmakers?)

Schriftelijk bewijs

Een overdracht van auteursrechten kan ten aanzien van de auteur enkel schriftelijk worden bewezen. Dat betekent niet dat er een schriftelijke overeenkomst moet zijn – een factuur waaruit de overdracht blijkt, volstaat evenzeer.

Het is een deontologische plicht van de architect om een schriftelijke overeenkomst te sluiten met de bouwheer. De noodzaak van deze schriftelijke overeenkomst heeft echter op burgerrechtelijk vlak geen enkele implicatie. De loutere consensualiteit volstaat, maar brengt inzake een overdracht van auteursrechten bewijsproblemen met zich mee.

Conclusie

Bij de redactie van een architectuurovereenkomst dient steeds rekening gehouden te worden met de strenge bepalingen uit de Auteurswet inzake interpretatie en bewijs van de auteursrechtoverdracht.

Advertenties


%d bloggers liken dit: