Code voor Journalistiek

11Jan11

De Raad voor de Journalistiek heeft een nieuwe deontologische code voorgesteld.  Dat is, op zich, een lovenswaardig initiatief. De code bevat algemene beginselen van journalistiek, onder meer inzake waarheidsgetrouwheid, onafhankelijkheid, fair play en privacybescherming.

Hier past echter een belangrijke kanttekening bij: de Raad voor de Journalistiek is in beginsel een privé-organisatie die, zonder wettelijk kader, aan zelfregulering doet binnen haar sector. Op basis van de door haar opgestelde code, presenteert zij zich als een soort journalistenrechtbank.

Zwak punt is dat er voor een journalist geen enkele plicht is om de bevoegdheid van de Raad voor de Journalistiek te erkennen. Enkel zij die de titel van “beroepsjournalist” willen dragen, moeten dat.

De titel “beroepsjournalist” is beschermd en wordt, in Vlaanderen, enkel uitgereikt door de VVJ. Er zijn op dit moment zo’n 4.500 beroepsjournalisten, tegenover meer dan 20.000 mensen die zichzelf journalist noemen. Zo je, om welke reden dan ook, geen zin hebt om deze formaliteiten af te handelen of zo je niet aan de zware toelatingsvoorwaarden voldoet, of zo je jezelf liever niet onderwerpt aan de Raad voor de Journalistiek kan je jezelf nog steeds journalist noemen. Je geniet dan weliswaar niet van de enkele voordelen die een beroepsjournalist heeft (perskaart, gratis openbaar vervoer, een aanvullend pensioen,…), je bent wel vrijer in je doen en laten.

Net daar knelt het schoentje: des te strenger de codes en de beoordelingen van de Raad – hoe lovenswaardig ook – des te minder journalisten geneigd zullen zijn zich aan te sluiten bij deze Raad voor de Journalistiek en des te beperkter de verplichting tot naleving van deze codes en beoordelingen.

Advertenties


%d bloggers liken dit: